|
Laatste verhalen van de eeuw
- Paul Biegel

‘“Die reus moet daar weg,” zegt Jan. “Vóór hij wakker wordt, moet hij onschadelijk worden gemaakt. Want hij is Verschrikkelijk en hij vernielt de boel.” “Zo,” zei Ouwe Bonk. “Hoe weet je dat?” Jan vertelde hoe hij dat wist. “En nu is het nog maar dat dorpje daar dat er last van heeft, maar straks is het New York. Of Amsterdam. Waar hij gaat staan pootjebaaien in de grachten. En de Zuiderzee weer volplenst.” “Jeu,” zei Ouwe Bonk. “Maar ik vaar niet meer.” “Jawel,” zei Jan, “jij vaart mij erheen. Naar die berg Oergaddin. Morgenochtend vertrekken we.” De mond van Ouwe Bonk viel alweer halfopen.’
‘Zoetsappig is dit doorgaans in razende vaart geschreven boek allerminst. Ook sympathieke personages gaan dood, gruwelijke ziektes eisen hun tol en niemand schrikt ervoor terug keihard wraak te nemen op monsters en schurken. Er wordt gevreten, gezopen, hard geslagen en wild gedanst.
En als het zo uitkomt geeft men zich “helemaal en volledig en heftig en allerheerlijkst over aan de verrukking die liefde heet”.
Dit zijn verhalen in de oeroude betekenis van het woord: verzinsels die het moeten hebben van krachtige beelden, verrassing en een flinke scheut humor,
die hier en daar een scherp randje behoudt en een vleugje dreiging oproept.’ Juryrapport Woutertje Pieterse Prijs 2000
TERUG NAAR OVERZICHT
TITELS
|